Samenvatting KNHS Theorie Tour ‘Van hartslag tot afspenen’

Een veulentje fokken is een zaak van lange adem. Alleen de dracht al is een hele lange  periode waarin heel veel gebeurd.

Tijdens de KNHS Theorietour op het Nationaal Hippisch Centrum in Ermelo, wisten dierenartsen Geartsje Zandstra en Selina van Steenbergen van Paardenpraktijk Wolvega de aandacht van het publiek vast te houden, terwijl ze uiteen zetten waar je allemaal niet tegen aan kan lopen vanaf het moment dat de merrie drachtig is tot aan het moment van afspenen. 

Hieronder een aantal opvallende inzichten. In Hoefslag magazine gaan we binnenkort uitgebreider op deze avond in en worden ook de complicaties toegelicht.


Dierenarts Geartsje Zandstra van Paardenpraktijk Wolvega - Foto: Karin de Haan | MP Horses

De dracht

  • De eerste 7 maanden vindt er tijdens de dracht bijna ‘geen groei’ plaats. Vanaf 8 maanden groeit het veulen 330 gram per dag. Logisch dat vanaf de 7e maand de drachtige merrie dan ook meer voedingstoffen (merriebrok en/of supplementen) nodig heeft.
  • Je wilt altijd koliek voorkomen, maar aan het einde van de dracht zeker. Dan geef je je merrie bij voorkeur rijk ruwvoer, een scheutje lijnzaadolie door het krachtvoer en voer met minder dan 30% zetmeel en suikers.
  • De normale daagtijd van een merrie is 335 - 342 dagen. De draagtijd is ook wel seizoensafhankelijk. Merries die vroeg in het seizoen worden gedekt zullen makkelijker iets overdragen. Merries die heel laat in het seizoen worden gedekt dragen vaak iets korter. De natuur probeert dan toch aan te sturen op bevallen rondom de maand mei.
  • Vier tot zes weken voor de bevalling kan je al ontwikkeling van de uiers zien. Bij een merrie die nog nooit een veulen heeft gehad, zie je dat vaak minder of niet.
  • Kegelen vindt plaats tussen de 6 en 48 uur voor de bevalling.
  • Enkele uren voor de bevalling kan de merrie ook biest verliezen. Dat is minder ideaal, de biest is nodig voor het jonge veulen. Aangeraden wordt het biest op te vangen in een bakje.


Placenta - Foto: Karin de Haan | MP Horses

De bevalling

  • De bevalling, fase 1: duurt 30 minuten tot vier uur. Dit is de fase van ‘voorbereiding en ontsluiting’. Zodra de waterblaas breekt, gaan we naar fase 2.
  • In fase 2 ga je in ieder geval de tijd bijhouden. Bij voorkeur bandageer je de staart en maak je de achterhand schoon. Zorg voor rust in de kraamstal. De meeste merries bevallen in de nacht en dat is met een reden, ze willen rust. In fase 2 vindt de uitdrijving plaats. De merrie gaat plat liggen, het veulen draait in het geboortekanaal en de pootjesblaas is na 5 - 20 minuten zichtbaar. Als het veulen goed ligt, zie je de twee voorbeentjes en daarna het neusje. Zodra het veulen tot de schouder uit is gedreven, breekt het pootjesblaas. Als dat niet vanzelf gaat, kan je de pootjesblaas scheuren.
  • In fase 3 komt de nageboorte eraf. Als de nageboorte er half uithangt, kan je hem eventueel opknopen. Controleer de nageboorte op volledigheid. Bewaar de nageboorte 24 uur op een koele plaats in een emmer, zodat de dierenarts ook kan checken of hij compleet is.
  • Als de nageboorte er na 3 uur niet vanaf is gekomen, bel dan je dierenarts.
  • 90% Van de bevallingen gaan goed. 
  • De navelstreng breekt vanzelf af een handbreedte onder de buik. Ontsmet de navel na de geboorte en de dag erna nog een keer. 
  • Binnen 2 uur hoort het veulen te drinken uit de uier
  • De darmpek moet er binnen 6 uur zijn (een soort zwarte eerste mest)
  • Het veulen moet in de eerste 2 uur biest drinken. Als het veulen nog niet zelf drinkt bij de merrie, kan je de biest uitmelken en in een flesje aan het veulen geven. 
  • De merrie uitmelken, doe je altijd met schone handen en je melkt op de goede manier (dus knijpen en los laten, niet trekken zoals bij een koe). Je vangt de melk op in een schoon bakje.
  • Idealiter heeft het veulen 2 liter biest nodig in de eerste 8 -12 uur. Als het veulen niet drinkt uit de uier en je geeft een flesje geef dan Iedere 2 uur 500 cc.


 Dierenarts Geartsje Zandstra van Paardenpraktijk Wolvega weet de aanwezigen te boeien met haar verhaal over het veulentje van hartslag tot afspenen - Foto: Karin de Haan | MP Horses

Het veulen

  • Waar herken je een ziek veulen aan? Hij is sloom, slaapt veel, zelfs staand (is geen goed teken), hij heeft koorts, diaree en een versnelde ademhaling. Kijk ook vooral naar de uier van de merrie, die wordt niet leeggedronken en is dus vol en gespannen.
  • Wat als de nageboorte te snel heeft losgelaten? Dat is niet gunstig, dan heeft het veulen zuurstoftekort gehad. Je krijgt dan een ‘dummy foal’. Dat heeft veel zorg nodig, maar de prognose is in veel gevallen positief.
  • De eerste 2 dagen kan een veulen nog niet zo goed zien. Als je je veulen dan al op de wei zet, dan moet je wel een duidelijk en veilig hekwerk hebben.
  • Na de bevalling zorg je ervoor dat je merrie onbeperkt kan drinken en onbeperkt ruwvoer heeft. Ook geef je merriebrok, een zogende merrie levert een topprestatie.
  • Ontwormen doe je als je veulen 2,5 - 3 maanden oud is tegen de spoelwormen. Na het ontwormen laat je de mest van je veulen controleren. Komt er uit de analyse dat er spoelwormen in de mest aanwezig zijn, ontworm dan nog een keer op 5 maanden. 
  • Heb je een risicobedrijf, dus heel veel veulens en veel paarden op weinig weide, ontworm dan tegelijk met de spoelwormen ook tegen de bloedwormen, op 2,5-3 maanden en en op 5 maanden. 
  • Vaccineren influenza/tetanus kan vanaf 5 maanden. Eerder heeft geen zin, het veulen heeft de biest gedronken en is tot 5 maanden beschermd. Volg vervolgens het KNHS-protocol qua vaccineren: de eerste vaccinatie dus op 5 maanden, de 2e vaccinatie op 21 - 60 dagen na de 1e. En de 3e vaccinatie doe je ongeveer 5 maanden na de 2e vaccinatie. Daarna ent je jaarlijks.

Afspenen

  • Afspenen niet vroeger dan een leeftijd van 6 maanden.
  • Laat het veulen geleidelijk aan wennen aan afwezigheid van de merrie.
  • Zet het veulen niet alleen, zorg dat hij altijd sociaal contact heeft met andere kuddegenoten.
  • Als je op 6 maanden speent, dan haalt het veulen nog 30% van zijn energie uit de melk. De melkproductie is dus nog echt wel aan de gang. Bij het afspenen, ga je je merrie goed monitoren, geef je merrie beweging en zet je je merrie lager in het voer.

Opnieuw dekken?

  • Dekken op veulenhengstigheid? Niet als de merrie lang aan de nageboorte heeft gestaan. Het heeft de voorkeur om niet eerder dan op dag 10 na de bevalling te dekken. Het percentage op een succesvolle dracht op de veulenhengstigheid ligt wat lager.
  • Als je niet dekt op de veulenhengstigheid, dan kan je op dag 20 hengstig gespoten worden. 
  • Wil je niet hengstig spuiten, dan kan je de 2e cyclus gebruiken, deze begint meestal tussen de 28 en 35 dagen na de bevalling. 
  • Veulendiarree heeft niets met de hengstigheid van de merrie te maken. Het veulen knabbelt mee met de merrie en is zijn eigen darmflora aan het opbouwen. Het is aan te raden om de billen van je veulen in deze fase te wassen.
  • Na het insemineren doe je door middel van het scannen de eerste drachtigheidscheck op 14-18 dagen. De 2e drachtigheidscheck doe je op 25-35 dagen.
Geplaatst op: